De verwonderaar


Een installatie van Esther Bruggink en Natasja Boezem
van 10 juni t/m 16 juli 2000

Uitgangspunt was een werk te maken, waarbij de begrippen verwondering en schoonheidsbeleving centraal staan. Ook de vraag: "Waar kijkt men naar en waarom?", speelt een rol. Met deze begrippen in het achterhoofd, zijn Esther Bruggen en Natasja Boezem gaan filmen in de Keukenhof.

In Safe hangen nu drie grote transparante projectieschermen van 200 x 280 cm. Op deze schermen zijn bezoekers van de Keukenhof te zien, die de bloemen bewonderen. Op twee van de schermen worden mensen vaak vertraagd weergegeven, waarbij ook wordt ingezoemd op hun gezicht en dus op hun gezichtsuitdrukking. Hierdoor wordt de uitdrukking van verwondering en verbazing expliciet getoond. Op twee schermen zijn dus traag bewegende beelden te zien zijn, terwijl op een derde scherm de uitdrukkingen van de bezoekers stilstaand, door middel van diaprojecties, getoond worden. De bloemen in de Keukenhof, waar de mensen naar kijken, zijn enigszins geabstraheerd te zien. Bijvoorbeeld doordat ze heel groot en soms enigszins onscherp in beeld komen. Hierdoor ligt de nadruk niet op het tonen van de Keukenhof zelf, maar op een universeler gegeven, namelijk schoonheidsbeleving en verwondering.

           

De bezoeker van Safe en de geprojecteerde mensen uit de Keukenhof ontmoeten elkaar in hun verwachting zich te verwonderen over datgene wat ze zullen zien. De gefilmde mensen kijken de galerie in. Op hun gezichten staat hun reactie te lezen op datgene wat ze zien. De galeriebezoeker kijkt naar de bezoekers van de Keukenhof, en ziet hoe zij zich verwonderen. Bij de galeriebezoeker zullen twee gedachten opkomen: "Waar kijken ze naar?" en "Kijken ze misschien naar mij?"

           

De geprojecteerde mensen vinden het duidelijk prachtig wat ze zien. De galeriebezoeker weet echter niet precies wat de geprojecteerde mensen zien. Daardoor zou in het hoofd van de galeriebezoeker een beeld kunnen opdoemen van wat dat zou kunnen zijn, waardoor raken de geprojecteerde mensen zo verwonderd? En waar kijk ik zelf eigenlijk naar? Met dit werk hopen Esther Bruggink en Natasja Boezem deze vragen op te roepen en vooral de schoonheid van ver- en bewondering te laten zien.

 

Observator geobserveerd in Safe

Beeldende kunst is vooral een kwestie van kijken. Kunstenaars zijn waarnemers die hun waarnemingen vertalen in beelden die vervolgens de blik van de kijker fixeren of op scherp stellen. Esther Bruggink en Natasja Boezem gaan in het project ëDe Verwonderaarí nog een stapje verder: zij observeren de observator en vertalen hun bevindingen en uitkomsten in een installatie die het fenomeen ëkijkení aan een nadere beschouwing onderwerpt. Het klinkt wellicht ingewikkeld, maar de uitwerking is allereenvoudigst. Boezem & Bruggink onderwerpen het menselijk kijkgedrag aan een simpele analyse. Begrippen als verwondering en schoonheidsbeleving staan daarbij centraal. Het concept is even simpel als effectief. Bezoekers van de Keukenhof en van een dierentuin werden gefilmd. De momenten waarop verbazing, verrukking of verwondering op hun gezicht te lezen was, werden haarscherp vastgelegd. Het aldus vergaarde basismateriaal werd door Boezem & Bruggink uitgewerkt en ondergebracht in een installatie die zowel vertraagde bewegende beelden bevat als stilstaande diaprojecties.

In Safe zijn drie grote, transparante projectieschermen zodanig opgesteld dat ze samenvallen in het blikveld van de bezoeker. De confrontatie met gelaatsuitdrukkingen die intense beleving, ademloze aandacht en momenten van verwondering verraden, is niet alleen onderhoudend, maar geeft ook voedsel aan de veronderstelling dat aandacht en overgave waardevolle factoren zijn bij het consumeren van beelden, het opslaan van indrukken en het optimaal beleven en ervaren van de werkelijkheid.

Kijken en bekeken worden. Daar gaat het in feite om. Wie in Safe de confrontatie aangaat met de aandachtige blikken van de gefilmde bezoekers van de Keukenhof staat oog in oog met mensen die vanaf het scherm terugkijken. Natuurlijk is dat oogcontact fictief, maar wie zijn fantasie de ruimte geeft, kan de interactie als een intieme en intense wisselwerking ervaren: een bijzondere verstandhouding die tot niets verplicht, maar anderzijds ook niet geheel vrijblijvend lijkt. De duur van het contact wordt gedicteerd door het afgedraaide programma. De voortdurende wisseling van beelden sluit langdurig oogcontact uit. Daarin ligt het verschil tussen kunst en werkelijkheid.

Naast vragen omtrent het lezen van gezichtsuitdrukkingen en vragen over de beleving van bijzondere gebeurtenissen, stelt de installatie van Boezem en Bruggink ook het spanningsveld tussen fictie en feiten aan de orde. De gepresenteerde beelden zijn een persoonlijke selectie en dus subjectief. Hoewel de beelden gepresenteerd worden alsof het om snapshots gaat van argeloze bezoekers die niet weten dat ze gefilmd worden, zijn theater, spel en manipulatie nooit helemaal uitgesloten. Een ander belangrijk element is het gevoel dat het kijken naar anderen (die er niet om gevraagd hebben bekeken te worden) oproept bij de toeschouwers. Voelen zij zich indringer, gluurder of voyeur? Ervaren zij de installatie als een gekuiste versie van een peepshow? Schuilt er een aantasting van de privacy in? Welke vrijheden kan Big Brother zich permitteren en waar worden grenzen overschreden? Ishet überhaupt wel netjes om mensen te filmen of te fotograferen zonder clat zij daar toestemming voor hebben gegeven? Voer voor psychologen; de verwondering voorbij.

WIM VAN DER BEEK ( Zwolse Courant, 4 juli 2000 )


SAFE Home Page | Tentoonstellingen