Marieke de Jong                                                     Kan die strijkwas niet naar de stomerij?


Strijkwas van Marieke de Jong tart zwaartekracht

door Wim van der Beek

Reageren op gegeven omstandigheden. Nogsteeds wordt die beproefde formule in kunstruimte Safe met succes toegepast. Van kunstenaars die projecten realiseren in de voormalige atoomschuilkelder onder het gemeentehuis van Dalfsen wordt gevraagd om met een tentoonstelling, installatie of andersoortig project in te spelen op de concrete situatie. Marieke de Jong uit Zwolle bewijst dat het concept nog steeds levensvatbaar is.
Hoewel de uitdaging waarmee kunstenaarsinitiatief Safe potentiële exposanten confronteert al weer een paar jaar oud is, blijkt de formule nog lang niet uitgewerkt. Marieke de Jong, die drie jaar geleden afstudeerde aan de Hogeschool voor de Kunsten in Kampen onderstreept dat met haar installatie ‘Kan die strijkwas niet naar de stomerij?’ Het lijkt een enigszins cryptische omschrijving voor het project dat ze in de schuilkelder gerealiseerd heeft, maar wie de ruimte betreedt, zal in één oogopslag begrijpen wat de bedoeling is van de beeldend kunstenares die werkt in de Oude Ambachtschool in Zwolle en enkele maanden geleden nog een verrassende bijdrage leverde aan de tentoonstelling ‘Hergebruik’ in Stedelijk Museum Zwolle.

Op het eerste gezicht lijkt haar installatie in Dalfsen niet veel om het lijf te hebben. In de ruimte staan vijf droogmolens met gesteven wasgoed. De afgeknipte mouwen van meer dan honderd overhemden hangen niet gewoon naar beneden maar staan recht omhoog, alsof ze willen benadrukken dat de wet van de zwaartekracht in de ruimte is opgeheven. En dat is ook precies wat De Jong beoogt.

Toen ze Safe voor het eerst bezocht, viel haar de totale afwezigheid van weersinvloeden op. Niets in de ondergrondse vertrekken herinnert aan een buitensituatie. De lucht lijkt er letterlijk stil te staan. Die bijzondere ervaring nam de kunstenares als vertrekpunt voor een installatie waarin ze de natuurwetten tart. De binding met ‘de omgeving’ wordt nog versterkt doordat zij de medewerking inriep van de plaatselijke bevolking.

Via oproepen in de lokale media deed ze een beroep op de inwoners van Dalfsen. Ze vroeg hen om hun afgedankte overhemden te deponeren in vier grote wasmanden die tijdelijk in de bibliotheek, een schoenenwinkel, in het bejaardenhuis en in kunstruimte Safe waren neergezet. De respons was boven verwachting.

Hallelujahouding

In de bladstille en ogenschijnlijk luchtledige ruimte van Safe staan vijf groot fotmaat droogmolens opgesteld die de suggestie wekken dat de zwaartekracht opwaarts in plaats van neerwaarts gericht is, alsof enkele sterke magneten aan het plafond de hemdsmouwen naar boven trekken. De indruk wordt gewekt dat een klein legertje onzichtbare mensen de armen in een soort hallelujahouding ten hemel geheven hebben.

In de schuilkelder heerst ademloze stilte. De vijf droogmolens lijken die te versterken. Door de ‘tegendraadse’ krachten die in de installatie werken is er tevens sprake van een eigenaardige frictie. De paradoxale toestand hangt samen met de bewigingsloosheid van de objecten die botst met de suggestie dat er bovennatuurlijke krachten aan het werk zijn die de natuurwetten ondermijnen.

Als het waar is dat de essentie van beeldende kunst inhoudt dat de menselijke waarneming wringt met de werkelijkheid ( en waarom zouden we daaraan twijfelen?), dan moet zonder aarzeling vastgesteld worden dat Marieke de Jong er wonderwel in geslaagd is de essentie van beeldende kunst in haar installatie weer te geven.

Met haar aandeel aan de tentoonstelling ‘Hergebruik’ in het SMZ bewees De Jong al dat zij bereid is veel tijd, energie, aandacht, geduld en toewijding in haar projecten te steken. Ook in Dalfsen gaat ze wat dat betreft weer tot het uiterste. Geen moeite was haar te veel om een maximaal effect te bereiken. Het resultaat mag er zijn. De installatie ‘Kan die strijkwas niet naar de stomerij?’ voldoet aan alle eisen die aan een locatiegebonden project gesteld mogen worden.

Zwolse Courant, 31-01-2002