SAFE/NOT SAFE 1                                                                  


Safe/Not Safe/1


Joanneke Meester en Stefanos Tsivopoulos

Vanaf 30 januari de tentoonstelling Safe/Not Safe/

Recensie
Website : Joanneke Meester
Website : Stefanos Tsivopoulos

Videofragment: Stefanos Tsivopoulos
Videofragment: Joanneke Meester

Safe/Not Safe/1

Een afgesloten ruimte kan bescherming bieden, maar waar mensen bij elkaar zijn,
is het niet vanzelfsprekend veilig. De spanning tussen bescherming en afscherming,
tussen kracht en weerloosheid is voelbaar in het werk van Joanneke Meester (Purmerend, 1966)
en Stefanos Tsivopoulos (Praag, 1973). Voor Safe maken zij een tentoonstelling waarin het
performatieve en kwetsbare lichaam, en de omgeving op elkaar inwerken.

Een kind, van top tot teen gehuld in een gebreid wollen pak als een huid, kruipt door
een onbestemde ruimte. Op handen en voeten schuift het langs muren en nestelt zich
in een hoek, om even daarna weer verder te gaan. Traag en behoedzaam onderzoeken
gezichtslozen de omgeving ook in andere videowerken die Joanneke Meester in
afgelopen jaren maakte. Pop-achtig, dierlijk of als een jong kind, soms kunstmatig
ogend, dan weer als een in de ene of andere zin beschadigd personage, begeven
zij zich, ergens. Van een doel of duidelijke handeling is geen sprake. Het zijn
tastende exploraties van verlaten plekken, zoekend zonder richting, naar sporen,
openingen, mogelijkheden. Terug naar een versimpelde staat van zijn, waarin het
lichaam zoekt naar een verhouding met het omringende. Daarbij komen bewegingen en
vragen van dit lichaam op, in een taal die er bij ons geleidelijk is uitgesleten.


Voor de tentoonstelling in SAFE laat Meester een serie poppen zien. ‘Serie’ is eigenlijk
het woord niet, de hoeveelheid is te groot om te kunnen overzien, het lijkt meer op een
greep uit een voortdurende produktie. We zien ondefinieerbare, foetus-achtige wezentjes
die op sterk water in afgesloten transparante zakken ‘ademen’. Iemand merkte op dat ze
hem deden denken aan de sabbelpopjes van zijn dochters, maar al gauw stond hij oog in
oog met de huid: de tepels die de ogen vormen en de dichtgenaaide mond scheppen een
dwingende afstand. De habitat van sterk water in plastic lijkt te verwijzen naar het
laboratorium, de wetenschap, de maakbaarheid van de mens en het ‘produkt foetus’,
hoewel er ook zoveel tekenen van doorleefdheid zijn, refererend naar een alles
behalve klinische omgeving. Hun houdingen roepen een hang naar geborgenheid en
onschuld op. Ze zijn geďsoleerd van de omgeving, maar tonen zich naakt. We zien
sporen van leven, van dingen die gebeurd zouden kunnen zijn. Ze schijnen nog
ongeboren, en tegelijk lijken ze volgroeid, ligt alles al achter hen. Zij hebben
blootgestaan misschien, aan liefkozingen en geweld. Niet hun gezichten, die hebben
ze meestal niet, maar hun vormen, ledematen, hun huid, drukken het mogelijke uit.


Er is een (evenmin afgeronde) serie foto-collages waarin Meester letterlijk
voortborduurt op de popjes. De soms abstracte close ups worden versierd en
verminkt met gaten, kleurige draden, stempels, haren, touwtjes, elastiekjes,
plakband stickers, teksten, etcetera. Ogen, monden, borsten en handen worden
toegevoegd aan de vormeloze dan wel pluriforme lichamen waarop we maar geen
vat krijgen. Ze krijgen iets expressiefs en provocerends, ze zijn brutaal,
wreed en aandoenlijk tegelijk.
Het wilde en chaotische dat uit deze beelden spreekt staat in contrast met
de stille liggende lijfjes in de waterzakken, maar ze drukken een essentieel
aspect van dit ‘kunstmatige leven’ uit: het verzet tegen de afronding, de
perfectie. Ze maken een lange neus naar schoonheid en naar het bedwingbare. Alsof de
poppen die eerst nog gedwee ontstonden onder de tedere en zekere handen van de
maakster, nu aan die zelfde handen willen ontglippen en een leven voor zichzelf
beginnen. Meester laat ze los, ze kunnen hun gang gaan.


De controle die wij over een pop hebben, het oppakken, liefkozen en vermorzelen,
en de controle die de maker heeft over het beeld, tegenover het eigen leven van
pop en beeld - die grenzen zoekt Meester hier op. Ze laat een proces zien, het
proces van ‘produktie’ in plaats van het afgeronde beeld.
Soms zie je niet meer dan een hompje, bekleed met huid en haar waarin de fijnste vlechtjes
zijn aangebracht. Een raar onaf klein ‘ding’ dat tegelijk de grootste zorg verraadt voor
een detail als een haarstreng. Ook hier speelt de dubbelzinnige vraag wie nu eigenlijk
verantwoordelijk is voor dit ‘leven’, de maakster of de pop.
Een met huid beklede barbie draait rond op een schijf. Haar huid zal vergaan, de pregnante
geur die ze verspreidt herinnert aan bederf en dood. Het plastic daaronder zal blijven bestaan.
In een video zien we een model in close up. Het model draait voor onze ogen, we cirkelen
om haar heen. De afzichtelijkheid van haar huid en de elegantie van haar houding vermengen
zich. Ook hier is een comlexe spanning voelbaar tussen vergankelijkheid en wat blijft,
tussen naakte kwetsbaarheid en kracht.


In SAFE gaat het werk van Meester een verband aan met dat van
Stefanos Tsivoupolos. Tsivopoulos maakt ruimtelijke werken waarin het veelal gaat om schaal,
zowel letterlijk (in bijvoorbeeld de bijna levensgrote maquette die hij maakte op basis van
de herinnering aan zijn woning in Athene, Bachelors Pad) als om de verhouding tussen mens en
architectuur, tussen interieur en exterieur, en met name om de sociale, individuele en
inter-actieve aspecten van architectuur. Zijn ruimtes vloeien voort uit de ‘menselijke maat’,
zich afvragend wat ons lichaam zich van de geometrische verhoudingen aantrekt. Voelen wij ons
door een ruimte beschermd of gevangen, hoe bewegen we ons daarbinnen, en hoe verhoudt een
werkelijke ruimte zich tot een herinnerde omgeving?
De verschillende aspecten van de beleefde ruimte onderzoekt hij door zowel te bouwen,
na te maken, en soms door video-performances te laten plaatsvinden in de betreffende ruimtes.
In zijn video’s en installaties laat hij de drie-dimensionale elementen van architectuur en
sculptuur zoveel mogelijk integreren in de twee-dimensionaliteit van video, waardoor de
ruimtes in elkaar overlopen. De bijzondere kenmerken van de architectuur weerspiegelen
steeds het ‘verhaal’ dat zich er binnen afspeelt.

Tsivopoulos maakte voor deze tentoonstelling een installatie, gebaseerd op zijn film Actors,
een half uur durend peformance-werk in episoden, waarin vier soldaten één voor één,
een kleine ruimte betreden: een met slechts twee stapelbedden ingerichte kamer die zij met
elkaar zullen moeten delen. De kamer wordt afgetast, evenals elkaars grenzen, zoekend naar
hun rol, naar hun kracht en elkaars zwakten. Worden bestaande identiteiten in deze benauwende
ruimte uitvergroot, of worden identiteiten opgebouwd, aangenomen, om daarna weer als een jas
te kunnen worden afgelegd? Zien wij hun huid, of een kunstmatige laag daaroverheen?


De installatievorm omvat een gebouwde, dubbele ruimte in de bestaande ruimte van SAFE.
In de eerste kamer zien we een projectie van Actors, de episode waarin de vier soldaten op
elkaar reageren. Deze ruimte staat via een smalle gang in verbinding met een tweede kamer.
In deze ruimte zijn op twee monitoren de gesprekken te volgen die de acteurs ná hun improvisatie
met elkaar hebben, waarin ze terloops praten over wie zij ‘in werkelijkheid’ zijn.
Het raam achter de twee monitoren stelt de kijker in staat de eerste kamer en de projectie
te blijven zien. Actors is een experiment onder observatie. Hij laat daarbij de verschillende
aspecten van de realiteit in deze kamers door elkaar lopen, om ze zoveel mogelijk te laten
interfereren. De acteurs, de soldaten, de jongens, de performers, de herinneringen, de fictie -
ze spelen elk een rol in een poging de gelaagdheid van een begrip als ‘identiteit’, de dynamiek
van ‘karakter’ en de fysieke manifestaties daarvan in beeld te brengen.

Drama
De betrekkelijke weerloosheid van de ‘poppen’ met hun gekwetste huid en hun gevormdheid,
slaat om in een chaotisch, bont en dramatisch protest tegen deze vorming, tegen de gedwongen
perfectie, de mishandeling. Het loopt uit op een cultiveren van de misvorming, op het vieren
van onbedwingbaarheid. Een vergelijkbaar, misschien omgekeerd drama en proces zien we bij de
‘acteurs’ die eerst voorzichtig maar al gauw de chaos opzoekend zich een rol aanmeten of aan
laten meten, om zich te weren. Improviserend, reagerend en expressief, om daarna achter de kunstmatige
identiteit vandaan te komen en kalm de ‘eigen’ identiteit weer aan te nemen.
In beide installaties, zowel van het werk van Meester als in dat van Tsivopoulos is er geen verloop,
geen voor en na: we zien momenten binnen een proces, als aspecten van identiteit en vorm(ing) en al
deze gelaagdheden worden in hun gelijktijdigheid getoond.


SAFE is van oorsprong een schuilkelder, een ‘atoomkelder’. Een plek die allerlei associaties oproept,
maar die vooral verwijst naar een verleden toekomstige tijd. De koude-oorlogsspanning is een
herinnering of een fictie geworden; de praktijk kennen we nog uit films.
We denken aan een plek waar we veilig zouden moeten zijn, beschermd tegen een specifieke
schadelijke invloed van buitenaf. Meester en Tsivopoulos laten zien dat een dergelijke afzondering
een ander soort weerloosheid toont of oproept en weerbaarheid uitlokt. Krachten waartegen niets
ons kan beschermen. Zo voert een ruimte die staat voor veiligeid bijna onmiddellijk naar
associaties over geweld, juist binnen een afgeschermde ruimte.
De extremiteiten in de werken en het extreme van de ruimte zelf, spelen op elkaar in; de context
voor de verschillende werken is in SAFE onmiddellijk daar.

[Esma Moukhtar]

Joanneke Meester maakte deel uit van het Amsterdams kunstenaarscollectief Patchwork. Daarna studeerde
zij aan het Sandberg en is haar werk te zien geweest in het Museum voor Moderne kunst in Arnhem,
in W139 in Amsterdam, en op de Kunstvlaai 2004, waar zij landelijke aandacht kreeg met haar ‘pistooltje’,
gemaakt uit (haar eigen) huid, een werk dat zowel zorg en machteloosheid uitdrukt ten aanzien van geweld.


Stefanos Tsivoupolos groeide op in Griekenland waar hij twee jaar in dienst was van het leger. In 2000 kwam hij naar
Nederland waar hij twee jaar studeerde aan de Gerrit Rietveld Academie en van 2002 tot 2004 volgde hij de post-academische
opleiding aan het Sandberg Instituut in Amsterdam. Zijn werk was eveneens te zien in Arnhem en op de Kunstvlaai, en Actors
werd als film vertoond tijdens het World Wide Videofestival 2004. In 2004/2006 studeert Tsivopoulos voor twee jaar in
Amsterdam aan de Rijksacademie.


Esma Moukhtar studeerde filosofie en kunstgeschiedenis. Zij publiceerde in diverse bladen waaronder MetropolisM.
Zij doceert filosofie aan de Willem de Kooningacademie en aan de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten.
 
           


Safe wordt mede ondersteund door de Gemeente Dalfsen, Provincie Overijssel en door het Prins Bernhard Cultuurfonds