1/364
) Leo Elfers (

Een installatie van Joseph Semah over het principe van een onzichtbare tekst (de elite)
en de selectiecriteria (de beslissing)

van 02-11-96 t/m 28-12-96

Na de koude oorlog is duidelijk geworden dat er ook in Nederland atoomschuilkelders zijn: onder onze steden, onder onze grond liggen er 364. Geheime plekken van ons leven.

De diep verborgen, totaal van de buitenwereld afgesloten atoomschuilkelders roepen tevens het beeld op van oorlog en - door de bij de ingang geïnstalleerde douches en de dikke stalen en betonnen wanden - van de onherbergzame en gruwelijke plekken uit WO II. Onze verbeelding voert ons onherroepelijk naar onze interpretatie van het begrip de Ander, zet ons aan tot de actieve verbeelding over wat puur is en over wie er naar binnen mag en wie er buiten moet blijven, over wie getolereerd wordt en wie niet getolereerd wordt, over wie kiest en wie niet niet kiest, over de onzekerheid al dan niet gekozen te zijn. En zo wordt, vandaag de dag, de atoomschuilkelder tot een metafoor voor selectiecriteria. Tot het lezen van de Macht van de administratie. Tot de presentatie van het niet-zien van de Ander.

De tekst die deze selectiecriteria beschrijft, de tekst die de namen noemt, de tekst die de Ander buitensluit, blijft geheim, en wordt tot de macht van de elite, het principe van de verborgen teksten.
De atoomschuilkelder die de Ander buitensluit, is de plek die geheimen wil bewaren. Een het is niet de geheime locatie op zich die verontrustend is, maar de connotatie van uitsluiting en racisme.
Vandaag de dag is niet de verplaatsing van kunstwerken naar de kelder belangrijk, maar wel het onderzoek naar de bronnen van de selectiecriteria in de musea en die in de atoomschuilkelder.

Leo Elfers, de burgemeester van Dalfsen, doet een poging in dit labyrinth de dodelijke spiraal te doorbreken; op deze geheime plek laat de Macht, de Administratie zijn gezicht zien, en geeft de Ander een plek.

Selectie in Dalfsen

Diep in de onderaardse gewelven van het Dalfense gemeentehuis, in een van de 364 schuilkelders die Nederland telt, staat tegenwoordig een kunstwerk. KRO's Ontbijt-TV leidde ons er maandagochtend rond.

door Rachel Levy

We dalen af naar de kelder, lopen door een donkere, betonnen gang en belanden bij een zware, blauwe ijzeren deur. Hierachter plaatste Kunstenaarsinitiatief SAFE een installatie van de Israëlische kunstenaar Joseph Semach getiteld 1/364 )Leo Elfers(. Het werk gaat over het begrip "selectie", vanaf die van de Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog tot aan het heden.

Na opening van de piepende deur staan we in een sinistere, kleine hoekige betonnen ruimte. Aan de wand hangen douches, verbonden met grijze en donkerbruine buizen. "De ontsmettingsruimte," legt kunstenaar P. Trooster uit. "Dit is de metafoor van het selectieprincipe. Hier wordt besloten wat besmet is en wat rein is; wat besmet is moet eruit en wat rein is mag naar binnen."

Naar binnen is: de eigenlijke atoomschuilkelder in. In deze grote ruimte staan her en der monitoeren verspreid, terwijl men aan één wand een schijnwerper vindt. Verder is het leeg en donker.

Twee monitoren zijn in het midden recht tegenover elkaar opgesteld. De ene vertoond permanent de kamer van de burgemeester van Dalfsen, Leo Elfers. Het andere toestel biedt een close-up van een sprtekende mond, die een tekst uitspreekt over de tijd dat Semach soldaat was in het Isreaëlische leger en vliegtuigen moest aangeven waar zij moesten bombarderen. "Selecteren dus," zegt Trooster.

Vervolgens vertelt Elfers dat dit kunstwerk zich afvraagt wie er tijdens een atoomaanval bepaalt welke personen de atoomschuilkelder in mogen. Hij zegt dat volgens de wet in zo'n crisis- en panieksituatie niet zal worden nageleefd. "Gelukkig is deze vraag ook nooit actueel geweest," zegt Elfers, "hoewel gedurende de Golfoorlog toch zeker tien mensen hebben gevraagd hoe de procedure in zijn werk ging."

"De consequenties van een selectieproces," vervolgt Elfers, "heeft Semach op mijn kamer in kunst uitgebeeld. Hij heeft een aantal witte hazen geprojecteerd die op verschillende plaatsen op de vloer onder mijn tafels liggen. Die hazen zijn het beeld zoals dit eeuwenlang, vooral in Beieren en Oostenrijk, van de vervolgde Joden bestond. Ze liggen met hun poten omhoog en worden beschenen door een lamp die gevuld is met gas. Hiermee, "besluit de burgemeester zijn uitleg, "legt Semach het verband tussen selectie, de Tweede Wereldoorlog en de actualiteit."

Het is de moeite waard Semachs werk eens nader te bekijken. Zo lijkt de ontsmettingsruimte van de schuilkelder een gaskamer voor te stellen - volgens Trooster een metafoor voor het selectieprincipe - waar wordt besloten wat rein is en wat besmet is.

Deze uitspraak is niet misplaatst. Niet allen omdat de term "reinheid" doet denken aan religieuze reinheid en onreinheid - essentieel in het jodendom, maar ook omdat een atoomaanval wordt vergeleken met het nationaal-socialistische raciale antisemitisme. De sprekende mond uit het Israelische leger die doelwitten aanwijst en de burgemeesterskamer - de beslissingsruimte - symboliseren eveneens het selectieprincipe.

Wat de drie gevallen van selectie overeenkomstig hebben, is dat het steeds de mens is die selecteert - waarmee hij de dood of het leven van een medemens bepaalt.

Ooit was kunst een schoonheidsuiting waarbij talent, verbeelding, originaliteit en creativiteit voorop stonden. Moderne kunst daarentegen wil het publiek bijvoorbeeld door middel van een opstelling van symbolen en metaforen choqueren en zo aanzetten tot denken en discussie. Semachs kunstwerk behoort duidelijk tot deze categorie. Zijn schijnbare gelijkstelling van drie onvergelijkbare selecties choqueert en roept aanvankelijk vooral woede op: dit is te misplaatst.

Maar wat wil Semach nu eigenlijk vertellen? Stelt hij deze drie selectieprocessen inderdaad op één lijn? Zo ja, waarom? Of wil hij ons juist onderscheid laten maken tussen de drie gevallen? Maar waarom laat hij de drie soorten selectie binnen het kunstwerk dan naar elkaar toe leiden - in elkaar overvloeien?

Er van uitgaand (en misschien naïvelijk) dat een Israeli voldoende kennis van de Sjoa heeft om de selectie voor de gaskamers niet op één lijn met die voor de atoomschuilkelder te stellen, heeft Semach zijn publiek waarschijnlijk aan het denken willen zetten. Waarschijnlijk. Wat er dan ook aan dit aanvankelijk choquerende kunstwerk ontbreekt is, zoals dat bij veel moderne kunstwerken het geval is, de durf om expliciet te zijn, onderscheid te maken of juist niet: een uitspraak te doen.

Ten slotte is het onduidelijk waarom Semach in zijn beschouwing over het fenomeen "selectie" slechts negatieve selectieprocessen kiest, terwijl selectie niet noodzakelijkerwijs negatief is. Het gehele leven wordt bepaald door selecties: of het nu gaat om vrienden, opleidingen, vakantiebestemmingen, boeken, muziekstukken of cadeaus - ze zijn ooit door ons geselecteerd.

Dit artikel werd overgenomen uit het Nieuw Israelisch Nieuwsblad van 29 november 1996.

Fotografie: Ruud Ploeg, Zwolle


SAFE Home Page | Tentoonstellingen