Clair-obscur - 8 september t/m 27 oktober 1996

Clair-obscur is een dubbeltentoonstelling van kunstenaarsinitiatief Salle de Bains uit Rotterdam die tegelijkertijd is te zien in de Bergkerk te Deventer en in kunstenaarsinitiatief SAFE te Dalfsen.
De kunstenaars is gevraagd nieuw werk te maken met als uitgangspunt de specifieke eigenschappen en betekenissen van dit acht eeuwen oude gebouw en dit monument van de koude oorlog.

Beide tentoonstellingen zijn afzonderlijk te bezoeken, maar vormen tevens een twee-eenheid zoals gesymboliseerd in de titel 'Clair-Obscur' (Licht-Donker). De Bergkerk is licht, hoog en gedecoreerd, waar de atoomschuilkelder donker laag en kaal is. Elke kunstenaar reageert op eigen wijze op beide ruimtes, wat zowel inhoudelijke veelzijdigheid opleverd (hoop,verlangen, optimisme, pessimisme, zorgeloosheid, scepsis, geborgenheid), als een verscheidenheid in materiaalkeuze en uitwerking.

Voor de tentoonstelling in SAFE is gekozen voor een voor alle exposanten gelijke uitgangspositie. In de ruimte zijn negen gelijke vakken afgezet van drie bij vier meter. In ieder vak is een militair veldbed geplaatst, zodat de schijn ontstaat dat de kunstenaars daadwerkelijk gebruik hebben moeten maken van de schuilkelder.

C.A.Wertheim maakte een aantal haakpatronen die een ironisch commentaar geven op de menselijke verdedigingsmechanismen. Ontwerpen voor een valletje met daarop de tekst "Hier waak ik" en "Jane's Defence Daily" zijn hiervan voorbeelden.
Lian Meijaard pakte de ruimte onder haar veldbed vol met plastic zakken metpersoonlijke bezittingen, zoals een zwerver onder een leger des Heils-bed. Hiertussen toont zij op een monitor een trage neurotische handeling die zich alsmaar herhaalt.
Peter van der Wal en Harma Heikens die in het dagelijks leven ook een paar vormen plaatsten een veldbed over de scheidslijn van hun beider vakken. Hierover drapeerden zij een plastic gazonnetje met een door roze bloemetjes gevormd vredesteken hierop een leeg flesje huiswijn. Boven het hoofdeinde hangt op het eerste gezicht een reclamefoto van een lunchroom. Bij nadere beschouwing blijkt de slagroomtaart geprojecteerd in een wolk van een atoombom-ontploffing.
Sarianne Breuker toont op de drie meter wand die zij mocht gebruiken een schilderij van drie meter breed hij twee meter hoog. Haar lievelings schilderij moest óók worden gered. Over haar bed gooide zij een zwarte sprei met kleurnoppen die in het schilderij terug komen.
Lie ven der Werff klapte haar veldbed in en hing in een boog aan de wand een verlicht vliegengordijn, gemaakt van een aan repen gesneden fotocopy met daarop haar zelfportret.
Ivonne van Buuren stortte haar vak vol met donkere aarde; een golvend hoekje is uitgespaard, hierop schuilen een dertigtal miniatuur/fantasiewezentjes en kinderspeeltjes. In het midden staat haar veldbed keurig opgemaakt met een geruite deken. Boven het bed hangt een kinderfoto van prins Willem Alexander die op een speelgoedbeest zit.
Annechien Deurlo liet vier meisjes van 10 uit haar straat met stoepkrijt zichzelf portretteren zoals ze er uit zullen zien over twintig jaren. Tegenover dit positieve kleurrijke beeld, drukte zij haar eigen lichaam als negatief beeld af met olie op het veldbed. Esther de Bruin toont op een tiental kleine schilderijtjes meisjes en landschapjes, dit op zeer primitieve wijze; een en al ongemak. Daaronder staat een netjes opgemaakt bed met bloemetjes lakens. Naast het bed een tas met rode laarsjes.

'Clair-Obscur' is een initiatief van Ivonne van Buuren, en is tot stand gekomen in samenwerking met het Kunstenaarsinitiatief Salle de Bains, Rotterdam.


SALLE de BAINS

Diversiteit en eenheid

De voor Clair-obscur geselecteerde kunstenaars lijken in de eerste instantie weinig met elkaar te maken te hebben. Diversiteit en verscheidenheid overheersen, toch bestaat er een indruk van eenheid en coherentie. Zowel de onderwerpen als de werkwijzen verschillen sterk, een veelheid aan invloeden ligt hieraan ten grondslag. De kunstenaars hebben met elkaar gemeen dat de alledaagse werkelijkheid voor hen een bron voor vervreemdende, eigenzinnige kunst wordt.

De kunstenaars die deelnemen aan deze expositie werken vanuit een perceptie van de realiteit die de 'normale' zienswijze overstijgt. In hun werk gaan zij uit van bekende gegevens, van opgedane ervaringen; hun werk is hier echter niet direct op betrokken, het is niet retrospectief, maar werpt een blik op de toekomst. Een maatschappij die constant aan verandering onderhevig is, heeft een vervreemdend effect op mensen. Bekende elementen worden verontrustende gegevens die vragen oproepen en reacties uitlokken. Wat vertrouwd is wordt onbekend, wat een detail leek wordt de hoofdzaak. De exposanten richten zich - soms behoedzaam tastend, soms met aan helderziendheid grenzende zekerheid - op dit gegeven. Via een verwijzing naar het bekende worden nieuwe gezichtspunten geformuleerd en vorm gegeven. Aan het vertrouwde wordt een veranderde betekenis gegeven. Het onbekende wordt een beetje vertrouwder. Door gebruik te maken van diverse materialen en zelfontwikkelde procédés geven de kunstenaars uiting aan eigen, uniek beleefde ervaringswereld(en).

Vooral de fantasiewereld lijkt op het eerste gezicht prominent aanwezig te zijn. Bij nadere beschouwing blijken cultureel-maatschappelijk beleefde kwesties een belangrijke rol te spelen. Morele uitspraken worden achterwege gelaten de afstand staat echter geen onbetrokken beschouwing toe. Onverdund wrange emoties kunnen zich opdringen... Doordat droom en fantasie met de realiteit verweven zijn, is de uitkomst vaak absurd en niet gespeend van humor. Bij nadere beschouwing blijkt vrolijkheid echter vaak schijn en humor wrang te zijn, waarbij de spontane lach in de kiem wordt gesmoord. Een nog onbekende werkelijkheid wordt ervaren. De eenheid in het werk van de kunstenaars komt tevens naar voren in de manier waarop zij toegang zoeken tot de toeschouwer en hem vervolgens meevoeren in hun perceptie.

Nederland heeft zijn eigen specifieke cultuur- en gedachtengoed. Dat dit doorwerkt op de hedendaagse samenleving is een gegeven. Ook de voor 'Clair-obscur' geselecteerde kunstenaars maken gebruik van elementen van de Nederlandse visuele cultuur. Zo zijn er bijvoorbeeld verwijzingen naar de zeventiende eeuw. De toeschouwer ervaart door dit werk in de eerste instantie een gevoel van vertrouwdheid en herkenning, vervolgens wordt hij via de bekende elementen meegevoerd naar een andere realiteit die veel minder vertrouwd is.

Massacultuur, moderne communicatietechnieken; de verlegging van de grenzen van de openbaarheid en de privé-sfeer spelen hier een rol. Gevoelens van ongerustheid en bezorgdheid, van individualisatie en onzekerheid zijn hieraan gelieerd. Men kan constateren dat een bepaalde dubbelzinnigheid in het werk van deze generatie kunstenaars een belangrijk rol speelt. Heeft onze huidige samenleving hierop invloed, of was deze tweedeling altijd al aanwezig?

De beoogde locaties (respectievelijk een kerk en een atoomschuilkelder) scheppen de mogelijkheid hierover een uitspraak te doen. Een van de belangrijkste tentoonstellingsconcepten van Salle de Bains is een reizende instelling te zijn, wisselend van locatie. Beeldende kunst in interactie met locatie. De oorspronkelijke functie en betekenis van voornoemde gebouwen en de tegenstelling die zij oproepen, vormen het fundament van de tentoonsteling. Door een band met het (aanwezige) verleden en de dubbelzinnigheid van de tentoongestelde werken, wordt de toeschouwer meegetrokken naar een toekomstige situatie. Dit wordt weerspiegeld in de lokaties. Een ervaring van veiligheid en onzekerheid, van het oude en het nieuwe.

Ivonne van Buuren en Gudrun Feldkamp
stichting Salle de Bains


BERGKERK

De titel van de dubbeltentoonstelling Clair-Obscur, wat licht donker betekent, verwijst naar één van de fundamentele verschillen tussen de twee expositieruimtes waar de tentoonstelling plaatsvindst. De atoomschuilkelder is donker, laag en kaal en de Bergkerk licht, hoog en gedecoreerd. Clair-Obscur mag dan een term uit de schilderkunst zijn, naast schilderijen en tekeningen maken ook sculpturen en installaties deel uit van de tentoonstelling.

De Bergkerk - ook bekend als de St. Nicolaaskerk - is gelegen in het bergkwartier, een middeleeuwse wijk met hellende straatjes en trappen te Deventer. Deze kerk was van oorsprong een Romaanse kruisbaseliek. Door ingrijpende verbouwingen verloor de kerk haar oorspronkelijke karakter en kreeg zij haar huidige, vergrote omvang en sobere laat-gotische uiterlijk. In de Bergkerk zijn enkele voor Noord-Nederland unieke fresco's uit de vroege 13e eeuw aanwezig. Behalve de religieuze afbeeldingen van het Lam Gods, een Christusportret en de symbolen van de vier evangelisten zijn de gewelfschilderingen overwegend decoratief. De karakteristieke architectuur en symboliek van de Bergkerk is door negen jonge kunstenaars als aanknopingspunt- of uitgangspunt genomen om voor deze ruimte nieuw werk te maken.

Voor Esther de Bruin was het natuurlijke licht in de kerk aanleiding verscheidene vierkante spieramen met geel doek te bekleden en te rangschikken in een groot vierkant op de vloer van het koor. De zon draait rondom het koor en zal de hele dag voor een veranderde lichtval zorgen. Uit haar werk spreekt een zorgeloosheid (Carpe Diem) die ook herkenbaar is in de vaandels van Annechien Deurloo. Op de vaandels die aan vier pilaren zijn opgehangen beeldt zij kinderen af, die als het ware ontsnapt zijn uit de doos van Pandora, nog vervuld van dromen, hoop, idealisme en onschuld. Dit verlangen wordt door meer kunstenaars aangehangen, maar op totaal verschillende wijzen benaderd; enerzijds optimistisch, anderzijds vanuit de gedachte dat het nog erg ver te zoeken is.

Harma Heikens en Peter van de Wal stellen de geestelijke verarming van vandaag de dag centraal. In de muziek van Oasis en de Beatles ziet van der Wal een spirituele kracht. Zijn 'tabernakel' in de vorm van een draaiorgel gaat een wisselwerking aan met het orgel van de Bergkerk. Uit zijn werk, waarop de tekst 'Live Forever' van de rockgroep Oasis valt te lezen, zijn de klanken van hun muziek te horen. Maquette-achtige installaties van Heikens verwijzen naar de niet-functionerende sociale woningbouw. Een angstaanjagende vlag van een totalitair regime steekt boven het werk uit als valse profeet.

Lianne Meijaard en C.A. Wertheim laten zaken uit het dagelijks leven in de kerk infiltreren om een vervreemdend etffect te bewerkstelligen. Mijaard bekleedt een eenvoudige keukentafel met opeengestapelde plakken deeg als een fossiel van lagen. Brood dat wel degelijk een christelijke betekenis in zich draagt, associeert Meijaard hier met de ambiance van een doorsnee keuken, waarin zich een tafel, enkele stoelen en brood bevindt. Wertheim verbeeld kleurige damesachtige haakwerkjes in haar tekeningen, die daardoor een intieme sfeer oproepen. Als verloren zielen zijn de poppenlichamen en dierenkoppen van Lie van der Werff door de kerk verspreid.

Ivonne van Buuren laat papier-machÈ wezentjes vanaf de grond communiceren met de trieste madonna's die op haar schilderijen langs de wanden zijn afgebeeld. Sereen zijn juist de madonna's van Sarianne Breukers schilderijen - bewerkelijke doeken met patronen en voorstelingen die bijna naÔef aandoen, De kerk als context voor een kunstwerk is erg bepalend door de kracht van de ruimte en de symboliek. Alle negen kunstenaars hebben een manier gevonden om te reageren op en gebruik te maken van deze bijzondere context - De Bergkerk.

Els van den Berg conservator Bergkerk


tekst op affiche van expositie CLAIR-OBSCUR

SAFE Ergens in een atoomschuilkelder staan 9 militaire veldbedden. Negen kunstenaars; acht vrouwen en een man. Ieder met een eigen evengroot imaginair afgebakende ruimte, om iets mee te doen. Agatha Cristie zou genoeg hebben aan deze dramatische interessante basisgegevens om een spannende thriller uit op te bouwen. Ze zou er een miljoenenpubliek mee bereiken. Alles wat die negen personages zouden zijn en zouden doen zou voortkomen uit haar geest. Zou dus eigenlijk een afsplitsing zijn van de verschillende differentiatiemogelijkheden,van haar eigen persoonlijkheidsstructuur.

Veel curatoren in het kunstenland maken mijns inziens de fout dat ze zich schrijver wanen.Zij eigenen zich kunstwerken, concepten en zelfs kunstenaars toe als zijnde delen van hun eigen artistieke bagage. Zouden wij als kunstenaarsinitiatief zo'n basisinstelling hebben dan zou de afloop van de 9 kunstenaars in de atoomschuilkelder ergens afgelegen aan de stroom van een rivier al volledig uitgekristaliseerd zijn. Dat is nu niet het geval de kunstenaars zijn niet voor niets uitgenodigd om te participeren aan dit bijzondere project. Zij bezitten alle negen voldoende artistieke eigenheid ervaring en kritisch vermogen om deze uitdaging gezamelijk aan te gaan. Dus spannend zal het wel worden.

Wist u trouwens dat ze bovenop de atoomschuilkelder een nieuw gebouw hebben geplaatst, eindelijk iets moois, iets uit de 12e eeuw, op een heuveltje, als het ware een Bergkerk, prachtig. Ik geloof dat ze er religieuse bedoelingen mee hadden, maar daar schijnt de plaatselijke bevolking niet zoveel animo voor te hebben. Eigenlijk bouwt men maar, dacht u, dat ze die atoombunkers twintig/dertig jaar geleden soms hadden gebouwd voor kunst of voor noodhulp aan het oostblok (onze buren). Nu gaan ze iets doen met kunst en hebben ze die 9 kunstenaars van ons gevraagd om ook iets voor de Bergkerk te maken.

Deze tentoonstelling op twee lokaties moet een spannend geheel opleveren, met veel individuele verschillen tussen de kunstenaars maar ook met verschil tussen het boven- en ondergrondse werk van dezelfde kunstenaars. Ik hoop dat u genoeg geboeid bent geraakt om beide lokaties te bezoeken.

Rest mij nog Yvonne van Buren in het zonnetje te zetten. Zij is degene die het plan heeft ontwikkeld en heeft gedragen tot en met de realisatie. Verder dank ik namens stichting SAFE, de Hannema-de Stuers Fundatie, voor de bereidheid tot een samenwerkingsproject, met de belofte dat u na dit project uw kerk in de oude staat terug kunt verwachten.

Pim Trooster
Kunstenaarsinitiatief Stichting SAFE

Fotografie: Ruud Ploeg, Zwolle


SAFE Home Page | Tentoonstellingen