"Camera Obscura" recensie uit de zwolse courant                27-6-01]


Stefan Hoffmann maakt bezoeker deel van kunst
door Wim van der Beek


De toeschouwer als actor. Dat wil zeggen: elk individu, elke toevallige voorbijganger of dagdromende eenling kan doorslaggevende invloed uitoefenen op een bepaald proces.
Steeds vaker gaan kunstenaars ertoe over dit gegeven uit te buiten. Zij dichten het publiek een actieve rol toe in hun conceptuele kunstprojecten.Enkele jaren geleden speelde Stefan Hoffmann in Kunstruimte-Kampen publiek, ruimte en omstandigheden tegen elkaar uit met zijn interactieve installatie 'Wandbaukasten'. Nu is hij terug in Dalfsen met 'Camera Obscura': een installatie waarin hij voortbouwt op dezelfde principes en waarin hij gedeeltelijk dezelfde instrumenten gebruikt.
Toch wijkt dit vervolg op een aantal fundamentele punten af. Nog steeds werkt Hoffmann met beweegbare wanden die handelingen uitlokken. Met zijn interactieve project anticipeert hij op een handelend publiek.
Hij maakt de kijker deelgenoot en onderdeel van het kunstwerk en stelt hem in staat tijdelijke veranderingen aan te brengen. Geen enkele actie leidt tot een definitieve of onveranderbare opstelling. Zodra de kijker het kunstwerk verlaat, zijn er los van de gepleegde ingrepen (verschuivingen van beeldelementen) geen sporen meer die wijzen op zijn tijdelijke aanwezigheid. De schaduwen van zijn lichaam op de muur zijn voorgoed verdwenen. De tot rust gekomen ruimte wacht op eventuele nieuwe bezoekers. Aan de beweegbare panelen heeft Hoffmann elementen toegevoegd die zijn persoonlijke signatuur verraden.
De kunstenaar fungeert als een regisseur op afstand. In zijn decors doemen menselijke gedaanten op in verschillende projecties. Silhouetten worden uitvergroot vervormd, belicht. Mensfiguren worden ogenschijnlijk tot leven gewekt, maar blijven steken in het stadium van spookverschijning. Hoedanigheid, aard en staat wisselen voortdurend. Zie de mens, lijkt Hoffmann te zeggen. Hij formuleert die drie woorden met mededogen. De mens is niet veel meer dan een paar kwetsbare lijnen, een plotseling opdoemend lichtbeeld, een suggestieve projectie of een vereenvoudigd pictogram. In die summiere mensbeelden schuilt echter een wereld aan emoties en gemoedstoestanden. De fricties tussen materiële en immateriële hoedanigheid, fictie en feiten, nietigheid en imposaint voorkomen, verandering en verdwijning, tastbaarheid en schimmige verschijning, tijdelijkheid en eeuwigheid, kwetsbaairheid en onverwoestbaarheid lopen als rode draad door de installatie die in alle opzichten intrigerend is, omdat ze iets doet met de toeschouwer.