Archief


Een installatie van Urs Pfannenmüller
van 6 maart t/m 15 april 2000

Uitnodiging

Tijdens de tentoonstelling Briljant / Optiek stelde Willem Speekenbrink mijvoor aan Urs.Urs kwam in de week na de opening terug naar SAFE en bleef een hele dagdoodstil in de tentoonstellingsruimte ronddolen. Hij heeft een grotevoorliefde voor materialen en ruimtes die in onbruik zijn geraakt. Daarheeft hij een sterke binding mee. Een binding die voor hem misschien wel deessentie vormt van zijn kunstenaarsschap. Een week later lag een uitgewerktplan van hem in de brievenbus.

In de in "onbruik" geraakte schuilkelder, SAFE, gaat hij een nieuwe ruimtebouwen geënt op zijn indruk van de ruimte. Een soort sokkel van karton en latten met daarin uitsparingen. Deze uitsparingen vormen nieuwebinnenruimtes. Het heeft er alle schijn van dat deze binnenruimtes betredenkunnen worden; in deze ruimtes wordt een deel van een door hem aangelegdeverzameling van hoofdzakelijk in onbruik geraakte voorwerpen gerangschikt.Deze voorwerpen kunnen echter maar gedeeltelijk worden gezien wanneer detoeschouwers om het bouwsel heen gaat lopen. De ruimte die zijn bouwwerkingaat nemen lijkt een herhaling in het klein van de schuilkelder zelf. Eenverdubbeling van het mysterie van de ondergrondse "onmogelijke leefruimte".

       

PERSBERICHT

Urs Pfannenmüller heeft een grote voorliefde voor materialen en ruimtes die in onbruik zijn geraakt. De binding die hij hiermee heeft vormt misschien wel de essentie van zijn kunstenaarsschap.

In de in "onbruik" geraakte schuilkelder, Safe, heeft hij een architectonisch landschap gecreeerd, geënt op de ruimte. Een grote, min of meer, driehoekige sokkel van karton met daarin op diverse niveau"s uitsparingen; al deze uitgespaarde ruimtes zijn weer onderling verbonden door een gangenstelsel. Het heeft er de schijn van dat deze binnenruimtes betreden kunnen worden. Doordat de binnenruimtes zijn opgevuld met in onbruik geraakte voorwerpen, uit de verzameling van Urs, is dit echter niet mogelijk.Op de enige plaats waar zo"n verbindingskanaal een werkelijke opening biedt naar de omgeving is deze doorgang zelfs opgevuld met prikkeldraad.Een andere schijnbare toegang tot het bouwwerk is het trapje van hout. Maar wanneer je er bovenop staat besef je je donders goed dat je niet verder naar binnen kunt.Men kan om het bouwwerk heenlopen en voorovergebogen de interieurs zien van de binnenruimtes.
De ruimte die het bouwwerk inneemt lijkt een herhaling in het klein van de schuilkelder zelf. Een verdubbeling van het mysterie van de ondergrondse "onmogelijke leefruimte" met al zijn verschillende "kamertjes" en onderlinge verbindingen.

       

De installatie "Archief" staat in het ruimtelijk werk van Urs niet alleen.In 1996 bouwde hij in opdracht van Stroom, Haags Centrum voor Beeldende Kunst de installatie "Periferie". In de catalogus bij deze installatie schrijft Hans Oerlemans: "Al sinds het vroegste werk in de jaren '70 lijkt de drijfveer van zijn kunstenaarschap een combinatie van onbehagen en verlangen. De kunst laat een afspiegeling zien van wat "elders" zou kunnen zijn. Kunst is voor hem veel meer dan een vak. Het is een manier van leven, misschien wel een manier van overleven.In dit licht bezien is periferie een belangrijk begrip. Het zegt iets over zijn manier van kijken en denken. Periferie kan letterlijk worden opgevat als een stedelijke enclave die aan de aandacht van wethouders en projectontwikkelaars is ontsnapt. Of een plek waar ze de controle over zijn kwijtgeraakt. Elke stad kent dergelijke waste-lands...Het begrip periferie is ook van toepassing op de voorwerpen die Urs schildert en in zijn installaties verwerkt. Hun rol in de wereld van het nut is definitief uitgespeeld. Ze stonden op de nominatie voor het grofvuil totdat de kunstenaar hen vond. Als deze versleten dingen een plaats krijgen in een kunstwerk verschuiven ze van de periferie naar het centrum van ons blikveld. In de context van het werk stijgen ze boven zichzelf uit en geven vorm aan een overtuigende compositie".

           

"Archief" is een nieuw hoofdstuk binnen een gevarieerd oeuvre met duidelijke verbindingen naar zijn vorige installaties. In Safe heeft hij in een perifere ruimte in alle stilte kunnen werken aan een landschappelijke installatie die met een "perifere blik" kan worden ervaren als ontroerend en meervoudig in zijn betekenislagen. Het oog is immers niet objectief maar neemt waar wat de geest denkt en het hart voelt.

Pim Trooster

 

Een doolhof van dingen
Urs Pfannenmüller verhuist zijn "rommel" naar Dalfsen

In het veelgeprezen kassucces American beauty filmt één van de hoofdpersonen een plastic zakje dat door de wind bewogen wordt, Tijdens het tonen van zijn video-opnamen, houdt de jongen een ontroerend verhaal over schoonheid. Over het nut van een plastic boterhamzakje. Dit pleidooi vormt het absolute hoogtepunt van een bioscoopfilm waarin heel subtiel allerlei vooroordelen doorgeprikt worden. Daarnaast banen enkele fragmenten een weg naar beeldende kunst waarin ogenschijnlijk nutteloze voorwerpen gereanimeerd worden. In Dalfsen laat Urs Pfannenmüller zien hoe dat precies in zín wek gaat.

In het Kunstpaviljoen in Nieuw-Roden exposeerde hij enkele maanden geleden grote, schraal in de verfgezette stillevens waarop versleten verfemmers figureerden in een landschappelijke context. Nu is hij terug in Noordoost Nederland met een project waarin opnieuw verfemmers voorkomen. Dit keer zijn ze echter live aanwezig in een installatie onder de titel "Archief", te zien in de presentatieruimte van kunstenaarsinitiatief Safe in Dalfsen.

Hoewel er duidelijke lijntjes lopen van de schilderijen naar de installaties van Urs Pfannenmüller, geeft hij er zelf de voorkeur aan beide artistieke disciplines als gescheiden grootheden te benaderen. "Ik laat ze bij voorkeur niet tegelijkertijd in één ruimte zien om elke suggestie van verwantschap te vermijden," benadrukt hij

De titel Archief en de opzet en invulling van de installatie in de voormalige atoomschuilkelder onder het gemeentehuis van Dalfsen roepen herinneringen op aan de onvergetelijke installatie Het Grote Archief, die Ilya Kabakov in 1993 realiseerde in Stedelijk Museum Amsterdam. De Russische kunstenaar trok alle registers open en creëerde een totaalkunstwerk waarin het Sovjetsysteem letterlijk voelbaar werd. Zijn inspanningen resulteerden in een environment in de meest ruime betekenis van het woord.

Urs Pfannenmüller doet iets soortgelijks in Dalfsen, zij het dat hij zich in vergelijking met de aanpak van Kabakov uiterst bescheiden opstelt. Hij gebruikt aanzienlijk minder middelen, maar bereikt niettemin zijn doel. In dat doel schuilt precies het verschil tussen Pfannenmüllers Archief.

Terwijl de één letterlijk alles uit de kast haalde om een Kafkaiaans systeem op te roepen beperkt de ander zich tot het leeghalen van zijn eigen rommelzolder annex atelier. Toch is het uiteindelijk streven gelijk: voorwerpen worden uit hun dagelijkse context gehaald en geïcorporeerd in een installatie waardoor ze in ongebruikelijke betekenisverbanden fungeren.

Voor zijn archief in Dalfsen schiep de Zwitserse kunstenaar (Basel 1943), die sinds 1971 woont en werkt in Den Haag, een keurslijf van karton. Binnen een labyrintisch bouwwerk zijn segmenten gecreëerd waarin deelverzamelingen voorkomen. Bakken, kratten, kapotte apparaten, onbruikbare computers, wasmanden, prikkeldraad, vazen en emmers zijn ondergebracht in een min of meer gesloten circuit: een doolhof van dingen. Bijna alles wat een plek gekregen heeft in het kartonnen keurslijf, is kapot, nutteloos, in onbruik geraakt. Hoewel de installatie suggereert dat de stroom van schijnbare chaos keurig gekanaliseerd is, loopt het op één punt uit de hand. Een zwakke schakel in het labyrint zorgt ervoor dat een gedeelte van de inhoud naar buiten vloeit en de openbare ruimte infiltreert.De installatie die Urs Pfannenmüller creëerde in Dalfsen functioneert als een podium voor zijn gedachten, een broedplaats waar zijn visie op de wereld van de zogenaamd waardeloze dingen vorm krijgt. In zijn schilderijen doet hij strikt genomen niets anders, alleen de vorm en het materiaalgebruik verschillen.

Plek

"Bij het uitwerken van installaties speelt de plek waar ze opgebouwd worden een belangrijke rol," licht de kunstenaar toe. "Zo werd de driehoekige hoofdvorm van het labyrint in Safe min of meer gedicteerd door de ruimte. Een andere factor van betekenis is het verband dat er bestaat met vorige installaties. Er is sprake van een soort continue stroom. Het ene project genereert direct of indirect het andere. Installaties laten sporen na die doorlopen in volgende projecten. Zo zullen ook onderdelen van Archief doorwerken."

Er bestaat een grootste gemene deler in het werk van Pfannenmüller. Dat ook zijn schilderijen daarmee samenhangen is een onafwendbaar gegeven. Het verschil met de installaties zit in de beeldtaal die de kunstenaar hanteert. Als geen ander beseft hij dat het samenbrengen van twee verschillende beeldtalen in één tentoonstelling tot spraakverwarring zou kunnen leiden. Daarom houdt hij beide disciplines gescheiden. Het aanbrengen van ordening en het aanleggen van verzamelingen zijn voor de kunstenaar concrete aanknopingspunten. Zowel zijn stillevens als zijn installaties wijzen op een onbedwingbare behoefte om de dingen hun plek te geven: een context waarbinnen ze optimaal funtioneren.

Lijfelijk

Maar terwijl voorwerpen in geschilderde toestand op fictie en afspraken berusten, zijn ze in de installatie lijfelijk aanwezig, waardoor ze zich op een ander zijnsniveau bevinden. Die frictie maakt dat beide hoedanigheden en disciplines voor de kunstenaar moeilijk te combineren zijn.

"In mijn installaties ontstaan nieuwe situaties die verwijzen naar andere, reële situaties," legt Pfannenmüller uit. "Voor het archief in Safe heb ik m'n hele atelier in Den Haag leeggehaald. Alle materialen die daar normaliter opgeslagen liggen zijn verhuisd naar Dalfsen, waar ze onderdeel geworden zijn van een nieuwe context. Het trapje dat toegang verschaft tot het labyrint doet denken aan een losplaats. Toch bezit de hoofdvorm geen overeenkomsten met bestaande bouwwerken. Het gaat om autonome architectuur waarvan zowel de hoogte als de vorm gerelateerd zijn aan de omgeving."

Rommel die zich een weg naar buiten baant door een sleuf in de buitenmantel van het bouwwerk. Verzamelingen van dingen die niet gecatalogiseerd zijn maar wel in vakken en categorieën zijn gegroepeerd. Een dumpplaats of depot waarvan de architectuur de bezoeker op afstand houdt. Voor Urs Pfannenmüller zijn dat denkbare vertrekpunten. Het revitaliseren van dode (dat wil zeggen: vergeten) materie is voor hem een op zichzelf staand doel. Kunst impliceert in dat geval onder meer: dingen hun gevoel van eigenwaarde teruggeven.

Wim van der Beek ( Zwolse Courant, 23-03-2000)


SAFE Home Page | Tentoonstellingen